Categorieën
Verhalen

Hilde Mattelaer: “Van aan de keukentafel belde ik ziekenhuizen, dokters en verpleegkundigen om te kijken wat zij konden betekenen.”

Actie en inspiratie

Hilde Mattelaer: “Ik bleef thuis met onze drie kinderen maar voelde me even geïnspireerd om in dit verhaal iets te betekenen. Toen ze terugkwamen en hun ervaringen vanop die eerste zending in Kameroen deelden, drong mijn begeestering zich overduidelijk op. Ik begon ziekenhuizen en medisch personeel op te bellen om extra artsen en verpleegkundigen te mobiliseren, vroeg of ze bepaald medisch materiaal konden missen en schreef ook bedrijven aan om te kijken hoe zij via donaties konden helpen. Ik stelde medische ploegen samen, schreef richtlijnen uit, zorgde voor hun visa, voor de overnachtingen in DR Congo, enzovoort.

Ondertussen vroegen de paters Scheutisten in DR Congo of er ook zendingen naar brousseziekenhuizen en stedelijke referentieziekenhuizen in de Kasaï-regio en later over heel het land georganiseerd konden worden. De nood was daar erg hoog. Er vertrokken zendingen naar DR Congo en ondertussen bleef ik in België alles coördineren. Vaak hing ik overdag aan de telefoon met bedrijven en ziekenhuizen en was ik ’s avond op mijn typemachine nog brieven en verzoeken aan het schrijven. Gsm’s en internet bestonden toen nog niet. Een kantoor was er ook niet. Ik deed die organisatie van thuis uit, tussen de verzorging van onze drie kinderen door.”

Eerste Afrika-ervaring

“In 1984 ging ik voor het eerst zelf mee op zending naar Lukalaba, Cilenge en Kabinda in DR Congo. Het was mijn allereerste Afrika-ervaring. De vonk sloeg meteen over. Ik hielp mee waar ik kon met ziekenzaal bezoeken, plaasters mee aanleggen, medische instrumenten aangeven, de kinderen troosten die geopereerd waren, de moeders geruststellen, enzovoort. Eens terug in België voelde ik me nog gedrevener om allerlei zaken te regelen voor volgende zendingen. Zelfs het Belgisch leger schreef ik aan. Meermaals stond ik in hun depot in Leuven om te kijken en te onderhandelen welk materiaal we voor onze partnerziekenhuizen in Afrika konden gebruiken.”

Bezieling

“Via onze goede connecties met de paters Scheutisten ging onze naam Artsen Zonder Vakantie rond in DR Congo. Zo kregen we meer en meer aanvragen van lokale ziekenhuizen. De organisatie werd stilaan een fulltime job en ik werkte zelfs op zondag om alle zendingen, materiaal, donaties en aanvragen geregeld te krijgen. Voor elke ploeg werd een briefing en debriefing georganiseerd, protocollen werden opgesteld en ik had intensief contact met ambassades. Gelukkig kregen we ook in België geleidelijk aan steun van sterke vrijwilligers die Artsen Zonder Vakantie mee groot maakten.

Twee keer vertrok ik alleen naar DR Congo op prospectiezending. Wat zijn de noden van het ziekenhuis op medisch vlak? Wat hebben zij nodig qua materiaal? Welke operatietechnieken willen zij aanleren? Hoe kunnen wij helpen? Wij werkten van bij het begin op vraag van de ziekenhuizen. Nooit drongen wij ons ergens op. Dat is altijd belangrijk gebleven binnen Artsen Zonder Vakantie en dat vind ik nog steeds een prachtig uitgangspunt.”

Enorme ervaringen

“Toen in 1994 de genocide in Rwanda uitbrak, hakte dat er fel in. Ik heb er toen alles aan gedaan om onze ploeg zo snel mogelijk terug te krijgen via onze contacten bij het Rode Kruis, de ambassade en de zusters van Bergamo. Het was verschrikkelijk wat daar gebeurde. Woorden schieten te kort. Via een vrachtauto zijn onze vrijwilligers, geopereerde kinderen en personeelsleden nog tijdig weg geraakt uit Rilima en met het vliegtuig geëvacueerd naar België en Bergamo in Italië.

Toen Artsen Zonder Vakantie in 1996 de erkenning als ngo kreeg, voelde dat als een gigantische beloning. Voor alle artsen ,verpleegkundigen en medisch personeel die zich gedurende jaren als vrijwilligers inzetten, maar ook puur voor mezelf. Voor alle jaren hard werk om alles voor de zendingen organisatorisch, qua materiaal en financieel in orde te krijgen. Ik ben daar nog altijd fier over en dankbaar voor.”

‘Mamas for Africa’

Eind jaren ‘90 voelde ik door allerlei omstandigheden, enorm de nood om een eigen project op te starten. Tijdens mijn reizen naar Afrika waren het steeds de connecties met en verhalen van vrouwen die me tot in het diepste van mijn ziel raakten. Hun veerkracht, doorzettingsvermogen en dankbaarheid zijn enorm.

Respect voor vrouwenrechten is altijd een belangrijk thema geweest voor mij. Door het geweld in Oost-Congo wou ik daar vooral iets voor verkrachte vrouwen en meisjes betekenen. Zo is ‘Mamas for Africa’ ontstaan. Mamas for Africa biedt in de eerste plaats toegang tot medische zorgen na verkrachting en psychologische bijstand aan slachtoffers van gendergerelateerd geweld. De communicatie en fondsenwerving gebeurt vanuit België maar de rest van onze ploeg is Afrikaans. Wij werken met lokale verpleegkundigen, psychologen en medici zoals oa.Dr Mukwege en zijn team van het Panzi-ziekenhuis. Dat lokale empowerment vind ik zeer belangrijk.

Wensen

“Ik ben altijd een ondernemende vrouw geweest met een actief engagement. Zowel voor Artsen Zonder Vakantie als voor Mamas for Africa werkte ik steeds met volle bezieling. Na deze 40 jaar, wens ik dan ook een mooie verdere toekomst voor Artsen Zonder Vakantie.”

Tekst: Veerle Symoens

Categorieën
Verhalen

Catherine Akele: “Op 25 jaar tijd daalde het sterftecijfer bij onze patiënten van 20 naar 4 procent.”

Sterftecijfer gedaald

Het pediatrisch ziekenhuis ligt in de gezondheidszone van Lingwala, een deelgemeente van Kinshasa. Het is wellicht het enige ziekenhuis in de regio, of zelfs het hele land, dat zich enkel focust op kinderen, vertelt ziekenhuisdirecteur Catherine Akele met trots. Ze kent het 53-jaar oude ziekenhuis door en door. Het werd in 1948 opgericht door het Belgische Rode Kruis maar is ondertussen een publiek referentieziekenhuis voor de regio. Halverwege de jaren tachtig werd ze daar als huisarts aangesteld. Ze keerde er terug na haar specialisatie in pediatrie en neonatologie in Nancy in Frankrijk, waar ze negen jaar verbleef met haar man, tevens dokter en chirurg. “Het Rode Kruis bracht ons in contact met Artsen Zonder Vakantie, waar we nu al zestien jaar mee samenwerken. Onze naamsbekendheid en de kwaliteit die we kunnen bieden hebben we onder andere te danken aan alle opleidingen die we doorheen de jaren mochten ontvangen. Het sterftecijfer van de patiënten in ons ziekenhuis is de voorbije 25 jaar gedaald van 20 naar 4 procent. Dat zegt genoeg.”

Malaria, infecties en diarree

Elk jaar zien de dertigtal dokters en een honderdtal verpleegkundigen meer dan 15 000 kinderen passeren op consultatie. De meesten kunnen meteen geholpen worden en mogen terug naar huis. Een groot deel wordt gehospitaliseerd en moet langer blijven. “De voornaamste problemen die we zien bij jonge kinderen zijn malaria, luchtwegeninfecties en diarree. Wij hebben zelf geen materniteit dus de pasgeboren kindjes worden van ergens anders naar ons doorgestuurd. We behandelen onder andere neonatale infecties, verstikkingsverschijnselen, vroeggeboortes, problemen met de spijsvertering, enzovoort. Op het gebied van chirurgie ondervinden we de grootste noden. We zien dat onze chirurgen bepaalde technieken missen om bijvoorbeeld te opereren aan het spijverteringskanaal of de urinewegen. Hoewel we al heel veel steun kregen op materieel vlak, missen we vandaag nog beademingsapparaten. We hebben er enkel in het operatiekwartier.”

Zaal intensieve zorgen

Ze vertelt met een encyclopedische kennis over de zendingen die het ziekenhuis mee maakte tot wat het vandaag is. “Eén van de belangrijkste verwezenlijkingen gebeurde in 2005 met de hulp van pediater Patrick Peeters. Hij hielp ons de hele werking op punt te stellen om intensieve zorgen te kunnen verlenen. Iets wat we niet hadden. Zowel op materieel vlak als op gebied van opleidingen voor het personeel. De zaal is via een deur verbonden met een andere zaal waar ook ernstig zieke kinderen liggen, maar die minder acute zorg nodig hebben. Als er zich een probleem stelt, kunnen we de patiënt in nood meteen verplaatsen. Op de dienst neonatologie kreeg de verpleging verschillende vormingen die veel hebben veranderd. Dat ging van monitoring, over voeding, pijnbestrijding tot hartreanimatie. Op chirurgisch vlak leerden onze dokters door Professor Greta Dereymaeker klompvoeten behandelen. Onze dokters geven die kennis nu door aan afgestudeerden die bij ons stage lopen.”

Creatief en innoveren

De directrice heeft al heel wat gezien in haar leven. Ze blijft er goedlachs en strijdvaardig onder. “Als dokter zijn we zowel psychologisch als wetenschappelijk voorbereid om in moeilijke omstandigheden te werken. Met kinderen is dat een nog grotere uitdaging. Een kind dat ziek is en pijn lijdt, dat doet pijn. Ik herinner me nog, toen ik terugkwam uit Frankrijk, waren hier nog geen chirurgen maar kwam er een kind binnen met borstvliesuitstroming. Het draineren van vocht uit de longen had ik op de neonatologie in Nancy geleerd dus was dat meteen mijn taak. Ik ben toen naar de markt gegaan en kocht flessen en rubberen sandalen waarmee ik het toestel in mekaar knutselde om de drainage bij dat kind te doen. Door onze moeilijke omstandigheden worden we gedwongen om creatief en innoverend te werken. Als we onze armen kruisen, zullen we de kinderen niet redden.”

Focus op verbetering

Tot slot wenst ze Artsen Zonder Vakantie een gelukkige veertigste verjaardag. “We zijn heel blij met de steun die we tot nu toe hebben ontvangen en hopen dat de samenwerking blijft duren. Dankzij de capaciteitsversterkende trajecten is onze samenwerking geëvolueerd en beter geworden. Er wordt samen nagedacht in functie van onze behoeften. Dankzij die manier van werken, zijn we ook beter in staat om onszelf in vraag te blijven stellen en te focussen op wat beter kan. Daarom willen we in de toekomst meer gaan inzetten op onze chirurgie, zodat deze topkwaliteit wordt.”

Tekst: Ann Palmers

Categorieën
Verhalen

Aoudi Ibouraima, ziekenhuisdirecteur in Benin: “We hebben veel vooruitgang geboekt.” 

Groot hospitaal

Het Evangelische Hospitaal van Bembéréké is een Referentiehospitaal in Noord-Benin. Het werd in het kader van een evangelische missie opgericht in 1961 en evolueerde van 43 naar 140 bedden. Het ziekenhuis bereikt zo’n 264 750 inwoners in de gemeenten Bembéréké en Sinde. “Tel je de departementen Borgou en Alibori erbij, dan staan we ter beschikking van meer dan twee miljoen mensen, waarvan er zo’n dertigduizend per jaar de weg vinden naar ons,” vertelt directeur Aoudi Ibouaraima die ondertussen zes jaar de leiding neemt.

Ontzaglijke uitdagingen

“De uitdagingen voor een hospitaal van onze omvang zijn ontzaglijk. Eerst en vooral willen we onze chirurgie afstemmen op de geldende normen. Die halen we momenteel nog niet. Bij de dienst neonatologie kampen we met een groot aantal kinderen die lijden aan malaria en ondervoeding, vaak in combinatie met bloedarmoede. De laatste zes maanden worden we op die dienst overweldigd. Omdat alle bedden vol zijn, kampen we met plaatsgebrek voor die kinderen waardoor we ze zelfs op de gang moeten leggen. Daarnaast zijn we op zoek naar een oplossing voor ons personeelstekort. We merken dat veel medewerkers, vooral artsen en verpleegkundigen, twee jaar ervaring komen opdoen en dan vertrekken om zich te specialiseren in chirurgie of gynaecologie, want dat verdient beter. Begrijpelijk, maar dan moeten wij op zoek naar nieuwe mensen. Vervolgens werken we aan het onderhoud van de medische apparatuur. Iets wat we ook met Artsen Zonder Vakantie opnemen.”

Flexibele ondersteuning

Sinds 2017 is het ziekenhuis partner van Artsen Zonder Vakantie, een samenwerking waar Ibouaraima heel lovend over spreekt. “We leerden hen kennen via andere hospitalen uit Borgou. Artsen Zonder Vakantie stelde zich meteen heel flexibel op en wou echt begrijpen wat onze hoge noden zijn en wat we nodig hebben om daarop samen in te spelen. We waren bijvoorbeeld vragende partij voor gevorderde specialisten met ervaring in tropische geneeskunde, ook daar houdt de ngo rekening mee.”

Nieuwe spoed en diabetesafdeling

We boekten een enorme vooruitgang de voorbije vier jaar. Artsen Zonder Vakantie en Memisa bouwden hier een spoedafdeling. Die hadden we vroeger niet. Het gebouw werd opgetrokken en ook de organisatie van de dienst werd op punt gesteld. We krijgen vaak slachtoffers van verkeersongevallen binnen. Die moesten we vroeger doorverwijzen. Nu kunnen we ze zelf opvangen. Ook op interne geneeskunde hebben we onze diabetes eenheid uitgewerkt. Vroeger konden patiënten enkel op donderdag bij ons terecht en nu de ganse week. We leidden twaalf mensen op om diabetici op te volgen, een ziekte die dikwijls verdoken blijft en zo een groot gevaar kan vormen. Nu wordt ze via sensibiliseringscampagnes sneller gedetecteerd. Met de steun van Artsen Zonder Vakantie kreeg ons ziekenhuis ook ondersteuning van de ngo DEDRAS uit Benin.”

Uitwisselingen tussen partnerziekenhuizen

Door de corona-pandemie werden zendingen vanuit België onmogelijk. “Sinds vorig jaar verkenden we de mogelijkheden om binnenlandse uitwisselingen tussen verschillende partnerziekenhuizen van Artsen Zonder Vakantie te organiseren. Zo gebeurde dat bijvoorbeeld met het ziekenhuis van Saint-Martin de Papané. Zij maken zelf vloeibare zeep. Wij kochten die aan. Maar sinds we twee mensen in de leer stuurden bij hen, maken we die zeep ook zelf. Hetzelfde met ontsmettingsalcohol. Daarvoor stuurden we mensen naar het ziekenhuis van Bassila, maar nu maken we die ook zelf. Ook voor de afdeling neonatologie gingen medewerkers van ons ziekenhuis naar het partnerziekenhuis Sounon Séro de Nikki. Daar leerden ze de kangoeroe-methode voor pasgeborenen. Er staan ondertussen nog enkele uitwisselingen op het programma. Zeer boeiend om op deze manier lokaal kennis te delen.”

Lange samenwerking

Naast deze lokale uitwisselingen hoopt ziekenhuisdirecteur Aoudi Ibouraima toch dat ook de Belgische vrijwilligers hun werk in de toekomst kunnen verder zetten. “Met hen werken we een traject uit op lange termijn waarbij we onze prioriteiten vastleggen voor een periode van drie jaar. Ik weet niet of ik hun competenties en de manier waarop ze die overbrengen hier lokaal zou kunnen vinden. Die zendingen blijven een grote meerwaarde.” Tevreden kijkt hij naar de afgelegde weg tot dusver en hoopt dat de samenwerking nog lang zal duren zodat het Bembéréke-ziekenhuis kan blijven evolueren.

Tekst: Ann Palmers

Categorieën
Verhalen

Hoofdverpleegkundige Patrick Ngaboyeka Baderha: “Het is een roeping. We doen wat we kunnen met de middelen die er zijn.”

Elektrocardiogram

We spreken met Patrick Ngaboyeka Baderha die zes jaar werkt als gespecialiseerd verpleegkundige in het operatiekwartier van het referentieziekenhuis van de stad Nyantende. Dit ligt op een half uur rijden van Bukavu, de hoofdstad van Zuid-Kivu, DR Congo.

Patrick Ngaboyeka Baderha is er verantwoordelijk voor de intensieve zorgen en de verpleging op de spoed. Gedurende vijf jaar genoot hij tal van opleidingen via Artsen Zonder Vakantie in basischirurgie, intensieve zorgen en verpleging in het operatiekwartier. “Ik ben heel dankbaar voor alles wat ik geleerd heb. Mijn kennis is enorm toegenomen op het gebied van sterilisatie van operatie-instrumenten, de verdeling en opvolging van patiënten, reanimatietechnieken met en zonder apparatuur, enzovoort. We kregen een elektrocardiogram en een opleiding over hoe die juist te gebruiken. Daar ben ik nu verantwoordelijk voor.”

Urgente hulp

Als lokaal expert deelt hij op zijn beurt zijn verworven kennis met collega’s uit andere ziekenhuizen. Zo ging hij twee weken naar het ziekenhuis van Mubumbano, een vijftigtal kilometer verderop. “In het verleden hadden patiënten urgente hulp nodig en konden we die niet op een gepaste manier toedienen. We organiseren de intensieve zorgen nu op een andere manier waardoor er minder mensen sterven.”

Te kort aan apparatuur

Hoezeer Patrick zijn dankbaarheid uitdrukt, toch blijven de uitdagingen elke dag heel groot, vooral het tekort aan geschikte apparatuur is nijpend. “We kunnen momenteel tien mensen opvangen op de intensieve zorgen. Ze hebben eigenlijk alle tien een monitor nodig om hen adequaat op te volgen. Maar we hebben er slechts twee. Daarnaast hebben we maar twee zuurstofconcentratoren die werken. Als er vijf patiënten zuurstof nodig hebben, kunnen we er dus maar twee helpen.”

Doen wat nodig is

Ondanks deze moeilijke omstandigheden, blijft Patrick hoopvol: “Verpleger worden is en roeping”, lacht hij. “Het is met momenten heel zwaar. Maar het zou onmogelijk voor mij zijn om het niet te doen. Ik heb altijd patiënten willen verzorgen.” Met de covid-pandemie die stilaan de zuidelijke richting uitwaait, neemt de onzekerheid toe. “Wij zullen er als verpleegkundigen op intensieve zorgen middenin staan, dat staat vast. De aanpak van deze nieuwe ziekte staat nog niet helemaal op punt. Maar we zullen ons inzetten om te doen wat nodig is, met de middelen die we hebben.”

Tekst: Ann Palmers

 

Categorieën
Verhalen

Dr Dolores Nembunzu : “Artsen Zonder Vakantie gaf me de kans mijn talenten te ontplooien.”

Moeizame bevallingen

Zelf moeder van drie dochters wijdt ze haar leven aan de bestrijding van vesico-vaginale fistels bij Congolese vrouwen en de opleiding van verloskundigen rond dit thema. Een vesico-vaginale fistel is een abnormale verbinding die ontstaat tussen de blaas en de vagina.  Dit veroorzaakt blijvend verlies van urine en/of ontlasting uit de vagina. 92% van de fistels ontstaan tijdens een moeilijke bevalling, 5% na een gynaecologische operatie of door een verkrachting.

Dr. Dolores dankt haar naam aan de Spaanse dokteres die haar moeder bijstond tijdens haar moeizame geboorte. Alsof het lot ermee gemoeid is, zet ze zich al jaren gepassioneerd in om vrouwen te helpen die vesico-vaginale fistels overhouden aan onder andere moeilijke bevallingen.

“Ik doe het voor de glimlach die ik bij de vrouwen zie verschijnen eens de fistel hersteld is en nadat ze tien tot twintig jaar vernederd werden. Want wanneer ze een fistel hebben, verliezen ze urine van ‘s morgensvroeg tot ’s avonds laat. Daardoor worden ze uitgesloten door de gemeenschap. Zelfs na herstel geraken ze moeilijk terug geïntegreerd.”

Wereldwijde aandacht

De ontwikkeling van vesico-vaginale fistels bij net bevallen vrouwen is een groot probleem in DR Congo. Dokter Dolores vertelt dat er naar schatting 42 000 vrouwen onder lijden. Elk jaar komen er 4000 vrouwen bij. De fistelproblematiek kwam in 2003 wereldwijd onder de aandacht en nog meer toen dokter Mukwege, die vanuit Oost-Congo opereert, er in 2018 de Nobelprijs voor de Vrede voor kreeg. Vorig jaar werd ook Dolores zelf in de bloemen gezet door de prijs die ze via United Nations Population Fund (UNFPA) kreeg voor haar verwezenlijkingen.

Sterven hoort erbij

Ze werkt al 29 jaar in het ziekenhuis Saint-Joseph in het Westen van het land, aanvankelijk als verantwoordelijke van de materniteit, momenteel als directeur. “Het probleem oplossen is heel moeilijk. Naast armoede, vroege huwelijken en de inferieure positie van de vrouw is vooral de mentaliteit rond bevallen problematisch.

Op het platteland, waar de meeste vrouwen vandaan komen, moedigen zowel vrouwen als de gezondheidswerkers die hen omringen mekaar aan om hun eerste bevalling thuis te doen, zonder enige medische hulp. Om zo te tonen dat je ‘een echte vrouw bent’. Als de bevalling te lang duurt, en ze eigenlijk een keizersnede nodig hebben, moeten ze kilometers afleggen om bij een ziekenhuis te geraken. De meeste vrouwen sterven onderweg of baren een doodgeboren kind. Het probleem is dat de mensen dit als ‘normaal’ beschouwen, het hoort zogezegd bij het natuurlijke fenomeen van een bevalling. Je ziet in dorpen vaak vrouwen met vijf of zes kinderen lopen waarvan er bijvoorbeeld slechts twee van haarzelf zijn. De andere kinderen zijn van andere vrouwen uit de familie die stierven in het kraambed.” Dokter Dolores zucht. “Dat aspect maakt het heel moeilijk.”

Vredig wakker worden

Maar de verzuchting verdwijnt snel als ze denkt aan alle vrouwen die ze al heeft kunnen helpen. “Ik ben zo dankbaar voor wat Artsen Zonder Vakantie me gegeven heeft. Ik kon wel denken dat ik talent had, maar Artsen Zonder Vakantie heeft me de mogelijkheden gegeven om me bij te scholen in dit domein.” In 2003 komt ze voor het eerst in contact met uroloog Emile Debacker die tijdens een zending verschillende fisteloperaties uitvoert. “Ik zal nooit de reactie van één van de vrouwen vergeten die zei: ‘Dokter, ik ben voor het eerst in tien jaar vredig wakker geworden, zonder me zorgen te maken of mijn bed vochtig is of niet.’” Dokter Debacker toont haar ook tijdens zijn operaties voor het eerst de binnenkant van een blaas van een vrouw met fistels. “Ik stond met open ogen te kijken. Dat had ik me nooit kunnen voorstellen.”

Goed gedaan

Tijdens een tweede zending krijgt ze ondersteuning van de Luikse professor Jean de Leval . “Ik was aan het opereren. Hij verliet de kamer en ik opereerde voort. Na afloop zei hij: ‘Ik vraag me af of we nog moeten komen in de toekomst. U hebt dit zeer goed gedaan.’ Ik was overdonderd. Ten eerste omdat ik niet doorhad dat hij weer achter me was gaan staan om de operatie te volgen maar ook omdat zo’n belangrijke chirurg die woorden tegen me zei. Toen heb ik God bedankt. Als ik nadien twijfelde of ik goed bezig was, trok ik me daaraan op. De professor heeft gezegd dat het goed was”, lacht ze minzaam.

Wensen voor de toekomst

Ondertussen is dokter Dolores een referentie in het land en daarbuiten rond de fistelproblematiek. “Ik hoop dat we samen met Artsen Zonder Vakantie nog veel vrouwen kunnen helpen bij een vlot verloop van hun bevalling. Het is een dagelijkse realiteit. Ikzelf had er ook niet meer kunnen zijn want mijn moeder had een zeer moeilijke bevalling. Dankzij goede zorgverlening kunnen we veel vrouwen en pasgeborenen helpen. We willen zoveel mogelijk vrouwen met vesico-vaginale fistels verzorgen en daarnaast zorgverleners binnen de materniteit helpen om hun job zo goed mogelijk uit te oefenen. Dat zijn mijn wensen voor de toekomst en dit is ook wat we dit jaar al hebben gedaan door trainingen te organiseren in verloskundige noodgevallen voor de partnerziekenhuizen van Artsen Zonder Vakantie in Gombe-Matadi en Popokabaka.”

Tekst: Ann Palmers

 

Categorieën
Verhalen

Expert ziekenhuishygiëne Christian Balolebwami: “Zelfs met een beperkt budget weet Artsen Zonder Vakantie grote resultaten te boeken.”

Veel bijgeleerd

Als net afgestudeerde verpleger kwam Christian Balolebwami in 2005 in contact met de eerste vrijwilligers van Artsen Zonder Vakantie die in het hospitaal van Ciriri in Zuid-Kivu, Congo werkten. “Dat waren toen gemixte teams van chirurgen, gynaecologen, verplegers en anesthesisten. Ik werkte zelf in de operatiekamer en had het geluk veel vormingen te genieten. Ik heb ontzettend veel bijgeleerd.”

Terwijl hij in Ciriri was, begon Christian lokale zendingen te organiseren in andere BDOM-ziekenhuizen, waarvan sommige momenteel partners zijn van Artsen Zonder Vakantie (Monvu, Katana, Nyantende, Mubumbano, …). Ondertussen volgde hij cursussen volksgezondheid in Bukavu en Rwanda, waar hij een bachelordiploma in beheer en planning van gezondheidsprogramma’s behaalde.

Vijf jaar later volgde Balolebwami publieke gezondheidszorg in Bukavu en werd hij door Maria Masson, die toen BDOM leidde, aangesteld om alle zendingen van Artsen Zonder Vakantie in de elf zones waar zij verantwoordelijk voor waren, op te volgen. Leergierig als hij is, volgde hij daarna nog een observatiestage in Doornik in België.

Beperkte hygiëne

“Tijdens die eerste zendingen viel het op hoeveel moeilijkheden de Belgische vrijwilligers ondervonden tijdens hun werk door een gebrek aan ziekenhuishygiëne. Het afval werd niet gesorteerd. Het lag zelfs op de binnenkoer van het ziekenhuis. Daardoor ben ik me meer gaan toeleggen op hygiëne en ziekenhuismanagement.” Als expert reisde Christian verschillende jaren de regio rond en leidde o.a. technici op rond sterilisatie van instrumenten in het kader van Jenga Maarifa.

Water- en afvalbeheer

Voor hem betekent het werk van Artsen Zonder Vakantie enorm veel. “Met een relatief beperkt budget is de impact groot. Als supervisor leerde ik hoe we de resultaten van de zorgverlening mathematisch konden analyseren door zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve indicatoren te evalueren. Zo kon ik de ziekenhuizen gepast ondersteunen. Artsen Zonder Vakantie evalueerde ook het medisch materiaal dat gebruikt werd en hielp prioriteiten stellen door bijvoorbeeld geen couveuse aan te vragen als er onvoldoende elektriciteit voorhanden is, want dan ben je er uiteindelijk toch niks mee.

Daarnaast boekten partnerziekenhuizen dankzij de jarenlange kennisuitwisseling betere resultaten. Momenteel zijn bepaalde ziekenhuizen zelfs referenties op het gebied van kwaliteit en zijn ze opleidingscentra voor anderen hospitalen in de provincie.

Persoonlijk ben ik nog op zoek naar een bijscholing in waterbeheer, aangezien er nog heel wat ziekenhuizen zijn die vuil water gebruiken. Ik zou ook graag dieper ingaan op cursussen volksgezondheid. Op sommige plaatsen is de ziekenhuishygiëne verbeterd, maar het blijft een grote uitdaging, vooral in mijn land, DR Congo.”

Zichtbare resultaten

“De resultaten van Artsen Zonder Vakantie zijn zichtbaar op velerlei vlakken: vroeger hadden sommige ziekenhuizen jaarlijks acht vrouwen die stierven in het kraambed. Dat is nu verleden tijd. De sterftecijfers bij kinderen en moeders zijn ontzettend gedaald.

Vroeger vond je ook geen enkel ziekenhuis binnen BDOM met beeldvormende diagnostiek, zelfs niet in Ciriri. Nu wel. Er werd niet enkel gezorgd voor het juiste materiaal maar ook voor een goede analyse en opvolging. Bovendien worden ziekenhuistechnici opgeleid om die medische apparatuur goed te herstellen. De meerwaarde is enorm. Ook het aantal chirurgen in de partnerziekenhuizen steeg en de hygiëne ging erop vooruit.

Ik kan alleen maar hopen dat die evolutie zich zo verder blijft ontwikkelen en dat ze zich voortzet in andere structuren zoals bijvoorbeeld de provinciale afdeling van de gezondheidszorg, zoals dat in Burundi het geval is.”

Tekst: Ann Palmers

 

Categorieën
Verhalen

Joost Van Heesvelde : Al 30 jaar is Fracarita Belgium trouwe partner van Artsen Zonder Vakantie in het Grote Merengebied in Afrika.

Meer dan 100 zendingen

Begin de negentiende eeuw ontstond de congregatie van de Broeders van Liefde als antwoord op een gebrek aan aandacht voor mensen die psychisch lijden. De congregatie richtte zich op drie apostolaatswerken, de geestelijke gezondheidszorg, zorg voor mensen met een beperking en onderwijs. Voor hun werk in het Grote Merengebied richtten ze de ngo Fracarita Belgium op, die vijf jaar geleden haar erkenning door DGD verloor. Niettemin blijft Fracarita haar werkzaamheden voortzetten, o.a. in samenwerking met Artsen Zonder Vakantie.

Joost Van Heesvelde: “Over de jaren heen – uitgezonderd van deze pandemieperiode – gingen er zo’n vier à vijf experten per jaar naar onze centra in Rwanda, Burundi en DR Congo. Dat waren vooral psychiaters, neurologen, psychologen, psychiatrische verpleegkundigen en orthopedische teams. Dat moeten over de jaren heen al meer dan 100 zendingen geweest zijn.”

Traditionele genezers

Van Heesvelde ziet vooral een nood op vlak van geestelijke gezondheidszorg in de regio. “Er zijn daar weinig tot geen specifieke opleidingen op het vlak van psychiatrie.

Ondertussen konden enkele generalisten zich door onze ondersteuning specialiseren maar veelal ontbreekt het de bevolking nog aan kennis over wat ze met bepaalde geestesziekten moeten doen. Er wordt veel beroep gedaan op traditionele genezers of nog erger, ze worden opgesloten of zelfs geketend. Zoals dat vroeger bij ons ook het geval was.”

Neurologie versus psychiatrie

“Dertig procent van de patiënten die op consultatie komen in de psychiatrische centra lijdt aan epilepsie, een aandoening die in België onder de neurologie wordt geplaatst. Maar in die regio wordt nog vaak de link gelegd naar ‘boze geesten in je hoofd’ waardoor die mensen in onze psychiatrische centra terechtkomen.” In totaal bouwden de Broeders van Liefde eenentwintig psychiatrische centra in het Zuiden en een twintigtal centra voor zorg en welzijn waar mensen met allerlei beperkingen terechtkunnen. De samenwerking met Artsen Zonder Vakantie concentreert zich in centra in Oost-Congo, Burundi en Rwanda. In het laatste land merkt Joost de laatste jaren een sterke vooruitgang in de toegankelijkheid van de zorg. “Door het oprichten van mutualiteiten en een verplichte aansluiting van alle burgers, krijgen de mensen een sociaal vangnet waardoor ze toegang krijgen tot de juiste zorg. Ook op het vlak van uitrusting en apparatuur zien we een positieve evolutie.”

Leergierigheid

Tot slot wenst Joost Artsen Zonder Vakantie het allerbeste. “De honger naar kennis in de regio is heel groot. De leergierigheid van onze lokale mensen is me bijgebleven toen ik een vorming van medische vrijwilligers bijwoonde. Artsen Zonder Vakantie kan die unieke combinatie van kwalitatieve zorgverlening én kennisuitwisseling aanbieden. Die manier van werken verdient een blijvende plek binnen de ontwikkelingssamenwerking.”

Tekst: Ann Palmers

 

Categorieën
Verhalen

Spoedarts Nele Vangheluwe doet al 15 jaar zendingen voor Artsen Zonder Vakantie. “Ik heb al zoveel geleerd van mijn Afrikaanse collega’s.”

Kort op de bal

Dr. Nele Vangheluwe doet al vijftien jaar zendingen naar alle partnerlanden van Artsen Zonder Vakantie. Zo reisde ze de voorbije jaren vijfentwintig keer naar Rwanda, DR Congo, Burundi en Benin om spoedafdelingen op te starten. Een dienst die bij ons ook nog vrij jong is, maar in deze Afrikaanse landen quasi onbestaande. “Ik hou van de directheid van een spoedafdeling. Eigenlijk ben ik er bij toeval ingerold maar dit werk is mijn passie geworden. Het kort op de bal spelen, mensen met een acute vraag kunnen helpen, het teamwerk samen met de verpleegkundigen en de mensen van de logistiek. Het is hard werken maar dat ligt me wel.”

Klaarstomen personeel en materiaal

Dr. Nele Vangheluwe heeft al in zes verschillende Afrikaanse partnerhospitalen meegewerkt aan de uitbouw van de spoed. Op drie jaar tijd stelt ze, steeds in samenwerking met een verpleegkundige en de Afrikaanse collega’s, alles in het werk om hun spoeddienst operationeel te maken. Dit doet ze als vrijwilliger tijdens haar eigen vakantieperiodes.

“Er is een enorme bereidheid en inzet van onze Afrikaanse collega’s om dit te verwezenlijken omdat ze de nood van een spoed inzien. De opleiding van het personeel, het beschikbaar stellen van het juiste materiaal en de zorg voor dat materiaal zijn de grootste uitdagingen. Ik werkte samen met hen een cursus uit. Wat doe je met een acuut zieke patiënt? Wat meet je? Wat zoek je? Hoe behandel je? Waar moet die naartoe? Samen maken we protocollen op maat van hun spoeddienst. We leggen een urgentiekast aan. Daarin zitten alle materialen en noodmedicatie die ze met heel veel respect koesteren. Die zorgzame omgang met het materiaal en ook met elkaar zit trouwens ingebakken bij de mensen die ik leerde kennen.”

Mensen verloren, mensen gewonnen

Nele vertelt hoe elk ziekenhuis zijn eigen troeven ontwikkelde. Zo is het ziekenhuis van Bassila in Benin ver gevorderd in het monitoren van de patiënt. Het ziekenhuis van Nyantende in DR Congo heeft ondertussen een ambulancedienst. In het ziekenhuis van Walungu in DR Congo waren ze net opgestart maar moesten ze de ondersteuning onderbreken wegens de covid-pandemie. Ze zal nooit de mensen vergeten die ze verloren omdat er geen gepaste behandeling mogelijk was of die ene jonge vrouw met astma die stierf door een gebrek aan zuurstof en de juiste medicatie. Maar Nele houdt ook vast aan de mensen die ze wél konden voorthelpen, zoals die andere vrouw met diabetes. “Ze had te hoge suikerwaarden in het bloed en een ontstoken voet en wilde eerst niet behandeld worden. Beetje bij beetje konden we haar vertrouwen winnen. De glimlach op haar gezicht toen ze in goede gezondheid het ziekenhuis verliet, zal me altijd bijblijven.”

Teken van hoop

Als we vragen waarom ze zo graag voor Artsen Zonder Vakantie haar vrije tijd doneert, wordt ze bijna lyrisch. “Ik kan me niet voorstellen dat ik dit niet zou doen. Ik krijg er zoveel van terug. Ik mis de Afrikaanse collega’s enorm. Ze hebben me mildheid en geduld geleerd. Ze zijn creatief in moeilijke omstandigheden. Ik zag zelfs een arts op discrete manier de consultatie van een patiënt betalen, terwijl ze zelf bijna niet rondkomt met haar salaris. ‘Si on donne, on reçoit,’ repliceerde ze toen ik haar vroeg wat er gebeurde. Wij leven gehaast, snel en in overvloed. We moeten voortdurend keuzes maken tussen alles wat mogelijk is. Zij hebben me getoond dat anders leven mogelijk is. Je moet het maar doen hé. Met twee dokters, in een perifeer ziekenhuis, ver van alle comfort, vele patiënten bedienen. Daar is moed voor nodig.” De woorden die haar het meest bijbleven, waren van een dokter die zei dat hij zich door hun komst niet meer in de steek gelaten voelde. “Wij gaan ook naar afgelegen gebieden. Daar waar bijna niemand komt. Ik zag een arts met een boek getiteld ‘chirurgie pour le médecin isolé.’ Dat vond ik zo sprekend. We waren voor hem een teken van hoop, zei hij.”

Vernieuwende visie

De spoedarts kan niet wachten om haar werk verder te zetten ter plaatse. “Ik ben maar een kleine radar in het grotere geheel van wat Artsen Zonder Vakantie doet. Zet mij maar tussen de mensen op het werkveld. Ik ben dan ook fier dat ik voor zo’n organisatie mag werken, die een kritische, vernieuwende visie heeft op internationale solidariteit. Waardoor zorgverleners met minder kansen worden ondersteund zodat patiënten ginds ook meer kansen krijgen.”

Tekst: Ann Palmers

 

Categorieën
Verhalen

Dr. Patrick Peeters: “Mijn powerpoints groeiden uit tot pediatrische protocollen die worden afgetoetst om erkenning te krijgen over heel DR Congo.”

Eerste voet in Afrika

We spreken met hem vanuit Aat, in de provincie Henegouwen, waar hij woont met zijn vrouw. Hij vertelt hoe hij in 1973 tropische geneeskunde studeerde tijdens zijn doctoraatsstudies in de pediatrie. Zijn vrouw, die oogarts is, startte in 2003 een vzw op om cataract in Congo te bestrijden. Zo zet Patrick Peeters voor het eerst voet op Afrikaanse bodem. Hij zet verschillende projecten op en komt in contact met het ziekenhuis van Kimbondo, net buiten Kinshasa, dat via hem gedurende enkele jaren een partnerziekenhuis werd van Artsen Zonder Vakantie.

Werkgroep pediatrie

Sinds 2005 begint Patrick Peeters zendingen voor Artsen Zonder Vakantie te doen. Uit de behoefte ervaringen uit te wisselen met andere vrijwillige pediaters die op het terrein werkten, richtte hij twee jaar later een werkgroep op. De werkgroep combineerde het nuttige aan het aangename. Ze namen tijd om over kindergeneeskunde in Centraal-Afrika te praten en leerden mekaar beter kennen tijdens het etentje achteraf.

Voor een zending naar het kinderziekenhuis Kalembe Lembe in Kinshasa maakte Patrick een tiental powerpoints. “Er was in die tijd politieke onrust waardoor het diensthoofd én tevens kinderarts van dat ziekenhuis verbannen werd. Daardoor zat het ziekenhuis al een hele tijd zonder diensthoofd en hadden ze mijn hulp ingeroepen. Net op de dag dat ik begon, werd ze vrijgesproken en mocht ze terug werken. Er zijn in het algemeen heel weinig kinderartsen in Congo. Kinderen worden vaak doodziek naar een ziekenhuis gebracht, waar ze binnen de 24 uur sterven. Om dat sterftecijfer te doen dalen, probeerde ik een overzicht te geven van mijn kennis over pediatrie in tien presentaties. Dat ging bijvoorbeeld over het gebruik van antibiotica, of over wat te doen bij kinderen met acute problemen aan de luchtwegen, enzovoort.”

Structuur voor de volksgezondheid

Ondertussen trad Patrick Peeters toe tot de Raad van Bestuur, werd ondervoorzitter en vier jaar later voorzitter van Artsen Zonder Vakantie. Een functie die hij gedurende jaren met hart en ziel bekleedde. Hij gaf een interview op RTBF dat niet onopgemerkt voorbijging voor Douchan Beghin, toenmalig docent Volksgezondheid en Pediatrie aan de Vrije Universiteit van Brussel. “Hij was geboeid en klaar om ons te helpen. Hij gaf richtlijnen om die powerpoints en het materiaal dat we verzamelden, te structureren om te kunnen gebruiken voor de volksgezondheid in Zuid-Kivu. Mijn powerpoints werden fiches. De fiches groeiden uit tot 75 pediatrische protocollen. We baseerden alle protocollen op het Blauwe Boekje van de Wereldgezondheidsorganisatie die basisrichtlijnen geeft voor kindergeneeskunde over alle continenten heen. We gebruikten zelfs dezelfde nummering. We hebben in feite een aantal bladzijden leesbaarder, hanteerbaarder gemaakt.”

Niet wachten, maar onmiddellijk handelen

In datzelfde jaar reisden Peeters en Beghin naar het ziekenhuis van Kimbondo om de protocollen aan te leren aan de artsen en verpleegkundigen. Douchan met de bril op van volksgezondheid, Patrick vanuit zijn ervaring in de praktijk. “Wat te doen met een kind dat in comateuze toestand in een ziekenhuis terechtkomt? Het moet een reflex worden. Als een kind met uitdrogingsverschijnselen wordt binnengebracht, moet je onmiddellijk handelen. Een bijkomend probleem is dat het gezondheidssysteem daar hiërarchisch wordt georganiseerd. Een ouder met een ziek kind klopt eerst aan bij een gezondheidscentrum (centre de santé), waar, in vele gevallen, een verpleger beslist welke hulp er al dan niet geboden wordt. Nog te vaak volgt het advies om nog een dag te wachten, om dan pas naar een ziekenhuis te gaan. Het is goed dat er nu wordt ingezet om ook die zorgverleners, die verantwoordelijk zijn in de centra, goed op te leiden. Alleen dan kan er een vermindering van de sterftecijfers bekomen worden.”

Nationale erkenning

Beghin deed nog verschillende zendingen naar Zuid-Kivu om de protocollen ook in andere ziekenhuizen te introduceren in samenwerking met BDOM. In 2013 contacteert hij Dr. Zozo Musafiri die voor de provinciale overheid werkt, een oude bekende die aan de ULB Volksgezondheid studeerde. Ondertussen worden de protocollen in Zuid-Kivu door de lokale overheid verspreid en maken er een zestigtal ziekenhuizen gebruik van. “Het is altijd mijn droom geweest om ze nationaal te laten erkennen. Maar ik kreeg vaak te horen dat ik hierin te ambitieus was. Deze protocollen zijn een reddingsboei voor de zorgverleners ter plaatse. Zelfs hier in België kan een arts in paniek geraken wanneer hij een heel zwaar ziek kind op consultatie krijgt. Maar die heeft een hele batterij aan voorzieningen waarop hij kan terugvallen. De artsen in Congo niet. Dus ik ben heel blij dat Dr. Zozo Musafiri dit ter harte neemt. Dat betekent niet dat het gemakkelijk zal gaan. Hij kent gelukkig de juiste mensen in de juiste posities om dit thema te bespreken. Mochten ook de universiteiten mee aan boord gaan, zou onze taak helemaal vervuld zijn.”

(G)een limiet

Onlangs werd de maximumleeftijd om zendingen te kunnen blijven doen, gelimiteerd tot 75 jaar. Patrick Peeters is er ondertussen 73. “Ik voel me zo oud nog niet. Dus het is jammer dat die maximumleeftijd dichterbij komt. Aan de andere kant blijf ik bezig. De werkgroep van pediaters is een begrip geworden bij de Belgische universiteiten. We worden als experten beschouwd, waar ik fier op ben. Gelukkig staat er op bijleren en luisteren geen limiet. Dus ik blijf voort werken zoals altijd en wens ook Artsen Zonder Vakantie een mooie toekomst met een verderzetting van alle projecten en verwezenlijkingen.”

Tekst: Ann Palmers

Categorieën
Verhalen

Ziekenhuismanager Krista Vandenborre: “Een medisch archief aanleggen is nu een standaard voor elk partnerziekenhuis.”

Vrijwilligers managen

Krista Vandenborre genoot opleidingen in verschillende hogescholen en universiteiten en werkt momenteel als zelfstandige consulent ziekenhuismanagement voor Belgische ziekenhuizen. Ze vervulde voor Artsen Zonder Vakantie de voorbije zeventien jaar diverse rollen. In de eerste plaats als terreinvrijwilliger in ziekenhuisorganisatie, waarvoor ze meer dan tien zendingen deed naar voornamelijk (Oost-)Congo. Daarnaast zetelt ze al twaalf jaar in de Algemene Vergadering en sinds twee jaar is ze voorzitter van de Raad van Bestuur. Een rol waarmee ze haar stempel drukt omwille van de professionalisering die ze doorvoerde. “We zijn een vrijwilligersorganisatie, maar ook die moet je managen, hé. We evalueren de bestuursleden nu, wat voordien niet gebeurde. We stelden profielen op die je nodig hebt voor een goed bestuur en gaan ook extern op zoek naar de juiste mensen. Daarnaast is onze grootste uitdaging het gelijkwaardige partnerschap realiseren met onze Afrikaanse collega’s. We leggen de laatste jaren nog meer de nadruk op de ondersteuning van de Afrikaanse zorgverstrekkers, zodat ze zelf de zorg voor hun patiënten beter kunnen opnemen.”

Afrikaanse microbe

De Afrikaanse microbe kreeg Krista eind jaren ’80 te pakken, toen ze als verpleegkundige twee zomers in het ziekenhuis van Kimpese in DR Congo werkte. Een aantal jaren later ontdekte ze Artsen Zonder Vakantie via een artikel in de krant. “Ik schreef hen een brief en werd uitgenodigd op gesprek. Ik zei dat ik intussen meer op organisatorisch vlak werkte en me dus niet meer bekwaam voelde om als verpleegster aan de slag te gaan. Maar blijkbaar was dat net wat ze op dat ogenblik zochten.” Een jaar later ging ze voor de eerste keer op zending naar hetzelfde ziekenhuis in DR Congo waar ze als studente vertoefde.

Medisch dossier

Tijdens haar volgende zending in Walungu, introduceerde ze het medische dossier per patiënt, en bij uitbreiding het medisch archief, een verwezenlijking waar ze tot vandaag heel fier op is. “We merkten dat er nog geen systeem bestond om de medische geschiedenis van patiënten op te volgen. We overlegden wat zo’n dossier dan precies moest inhouden en hoe we dat zouden aanpakken, rekening houdend met de beperkte middelen. Van een elektronisch dossier kon geen sprake zijn, dus kozen we voor een papieren versie. Alleen al die honderden geplooide kartons bij elkaar krijgen was een huzarenstuk. We kochten de hele voorraad op van de grootste papeterie van Bukavu.” Ondertussen is de implementatie van zo’n medisch archief een vast onderdeel geworden bij de ondersteuning van elk partnerziekenhuis van Artsen Zonder Vakantie. “Molière, de plichtsgetrouwe en nauwgezette boekhouder die het archief in Walungu mee uitwerkte, is nu de referentiepersoon wat betreft medische dossiers. Hij begeleidde ondertussen tal van ziekenhuizen tot in Kinshasa en Burundi. Een mooi voorbeeld van hoe we ons misbaar kunnen maken.”

Allround en overbevraagd

Want dat blijft het uiteindelijke doel van Artsen Zonder Vakantie te midden van de moeilijke omstandigheden waarbinnen de Afrikaanse zorgverleners moeten werken. Als we vragen naar de grootste moeilijkheden in de algemene ziekenhuisorganisatie vermeldt Vandenborre vooral de continuïteit van het werk. “Vaak zijn er maar drie of vier artsen werkzaam in een ziekenhuis. Hoe maak je dan een planning om 24 op 24 uur, 7 dagen op 7 patiënten te verzorgen? De artsen zijn overbevraagd. Ik sta er telkens opnieuw versteld van hoe ze het bolwerken. Bovendien zijn vele artsen allrounders die van alle markten moeten thuis zijn. Dat gaat van dringende bevallingen, over diabetes coma, tot iemand die een auto-ongeluk overleefde. Daarnaast kan een patiënt maar goed genezen als hij kan rusten en voldoende kan eten. Die aandacht voor het welzijn van de patiënt wordt momenteel voornamelijk aan de familie overgelaten. Als ik vormingen geef aan ziekenhuisdirecteurs probeer ik ook die aspecten mee te geven.”

Denkfouten bijstellen

Hoewel ze in België vaak in managementposities verkeert, gaat ze in Afrika even graag het terrein op. “Je werkt in omstandigheden die anders minder toegankelijk zijn en je werkt dicht bij de lokale bevolking. Het blijft een uitdaging om anders te denken, om stil te staan bij je eigen denkfouten. Zoals bijvoorbeeld het drie shiften systeem dat we hier hanteren. Dat kan je in DR Congo niet toepassen. De nachtdienst duurt er van 16u tot 7u ’s morgens, wat me aanvankelijk ontzaglijk lang leek. Maar de medewerker die om 16u stopt, moet nog een uur tot anderhalf uur naar huis wandelen en wil thuis zijn voor het donker. Dat is een totaal andere manier van functioneren, aangepast aan hun realiteit. Daarmee rekening houden, je eigen inzichten bijstellen en toch de vertaalslag trachten te maken van concepten die hier werken naar de lokale context, dat is de weg waar Artsen Zonder Vakantie aan timmert. Ik ben blij dat ik daar mijn steentje aan kan bijdragen.”

Tekst: Ann Palmers