BE73 7331 0001 0060

Apr
7
2015

ik met een Peulse vrouwhet pediatrisch team, Mariane en FernandHeel wat positieve zaken hebben hier mijn aandacht getrokken.
Het verloskundig kwartier en de gynaecologische afdeling beschikken over goede dossiers.
Het spijtige is wel dat er na enkele dagen veel schrijfwerk en herhaling bij te pas komt waardoor het een hele klus wordt om een overzicht te krijgen van de gezondheidstoestand van de patiënt.
Vroedvrouwen hebben een rooskleurig pakje en de hulpverzorgsters zijn in het blauw. De patiënten kunnen gemakkelijk onderscheid tussen hen maken.

Vroedvrouwen hebben een rooskleurig pakje en de hulpverzorgsters zijn in het blauw.Goede dossiers in het verloskundig kwartier en de gynaecologische afdeling

De vroedvrouwen hebben, zeker in de urgentieafdeling, een grote verantwoordelijkheid en doen veelal het werk wat aan artsen wordt toegeschreven.
Ze stellen een voorlopige diagnose en zetten een behandeling in.
Hun eerste onderzoek en de anamnese worden goed uitgevoerd.
Elke vrouw krijgt automatisch een intraveneuze katheter geplaatst, spijtig laat de observatie nadien wel wat te wensen over.
Door gebrek aan bedden in de arbeidsruimte (2 bedden) worden de vrouwen in arbeid of met een gynaecologisch probleem op de verlostafel gelegd, dit soms voor meerdere uren. De observatie beperkt zich veelal tot het bezien van de vrouw vanaf  de stoel, waar ze hun administratieve taken uitvoeren.

rouwen in arbeid of met een gynaecologisch probleem op de verlostafeleen onderonsje tussen de vroedvrouwen
Effectieve controle bij bloeding of het controleren van de contracties als een stimulatieperfusie is aangelegd, kan ook wel beter.
Het grootste probleem was wel dat ook de vroedvrouwen een inwendig onderzoek moeten uitvoeren bij een patiënte met bloeding tijdens het derde zwangerschapstrimester en zelfs bij het vermoeden van een voorliggende placenta.
Dit heeft tot tweemaal toe een hevige bloeding opgeleverd, waar de vrouw slechts op het nippertje kon worden gered.
Gelukkig hebben ze mijn raad aangenomen en werd er nadien, in zulks geval, op de arts beroep gedaan, zodat deze bij een eventueel probleem aanwezig was en men zeker kon zijn van een beschikbare operatiezaal, indien een noodingreep moest gebeuren.

Het was ook fijn te zien dat de dokter elke dag trouw een zaaltoer deed bij de vrouwen met keizersnede en gynaecologische aandoeningen maar ook bij de normaal bevallen moeders en dit zelfs op zondag.
Een droevige vaststelling is wel dat nog veel vrouwen thuis bevallen. Vooral bij de Peulvrouwen. Ze worden veel te laat doorverwezen en men kan enkel nog proberen te redden wat er te redden valt.
Ook slechte voedingsgewoonten in die bevolkingsgroep heeft tot gevolg dat heel wat patiënten met een extreem laag hemoglobinegehalte binnenkomen (2 à 3gr/dl).

Peulen eten zelden groenten en voeden zich meestal met een soort brij (bouilli) die dikwijls gemaakt is van maïsbloem en gelukkig verrijkt met melk van hun veestapel.
Een echte voorlichting op voedingsgebied is hier meer dan nodig.
Wonderlijk genoeg verdragen de meesten hun bloedarmoede redelijk goed maar het minste probleem dat zich voordoet (vb. hemorragie), is voldoende om de dood tot gevolg te hebben vooraleer men kan ingrijpen.
Ook de  intra-uteriene foetale sterfte tijdens de tweede zwangerschapstrimester was abnormaal hoog.
Tijdens mijn lange Afrika-ervaring heb ik dit in deze mate nog niet meegemaakt. Het bleef de hele tijd van mijn verblijf mijn aandacht trekken.

Peulse vrouw met bloedarmoedevoorlichting van voeding is aangewezenveel Peulse vrouwen bevallen thuis

Naast de externe oorzaken van het grootmoeder- en perinatale kindersterftecijfer, liggen er ook interne oorzaken aan de basis.
De overgrote oorzaak van de moedersterfte is het gevolg van bloedingen en extreme bloedarmoede.
Een betere organisatie, bijvoorbeeld het tijdig aanvullen van de bloedbank, vlug ingrijpen (urgentie heeft hier een andere betekenis dan in Europa), goede observatie en het betrekken van de lokale verantwoordelijken (vb. bevallen in materniteit, voedingsgewoonten…) kan geleidelijk voor beterschap zorgen.

De twee pijnlijkste momenten waren voor mij het verlies van een moeder met een baarmoederruptuur.
Een vlugge ingreep redde haar leven maar ze overlijdt 15 uur na de ingreep door gebrek aan bloed.
De bloedbank beschikte over 1 zakje compatibel bloed, terwijl de vrouw er minstens 3 nodig had.
Er werden donors gevonden maar het niet tijdig aanvullen van de zakjes om de bloedafname te doen (moesten 130 km ver gehaald worden) was de oorzaak dat deze vrouw het niet overleefd heeft.

We hebben ook een kind verloren door het niet tijdig hulp zoeken van een pas afgestuurde vroedvrouw.
Een eerst barende kwam in de afdeling toe met volledige ontsluiting bij een stuitligging.
In normale omstandigheden gebeurt hier een keizersnede, maar daar was het reeds te laat voor. De vroedvrouw liet na om hulp te zoeken bij een meer ervaren persoon met gevolg dat een vlugge geboorte werd verhinderd door opgeslagen armpjes en een achterblijvend hoofdje.
Toen ik voor een andere reden de verloskamer binnenkwam, was alle hulp te laat.
Het is wel een gelegenheid geweest om er sereen over te praten voor mijn afreis, zodat er hoop is dat dit in de toekomst minder voorvalt.
Ik heb dit kunnen uitpraten tijdens de debriefing met de hoofdgeneesheer (een gynaecoloog) en de hoofdvroedvrouw.
De hoofdgeneesheer hield eraan om ook aanwezig te zijn bij mijn laatste onderhoud met de vroedvrouwen en daar heeft hij alles, op een meer gebiedende wijze als mezelf, nog eens uitgelegd.
Op het einde van deze dag werd dan op een positieve en vriendschappelijke wijze afscheid genomen en langs beide kanten was er de wens om de ingeslagen weg  samen verder te kunnen gaan.

Als besluit voor mezelf kan ik zeggen dat Nikki heel wat mogelijkheden heeft;  er zijn heel wat positieve punten zijn maar tevens is nog een lange weg te gaan om de hoge moedersterfte naar beneden te drukken.
Er zijn zeker voldoende lichtpuntjes om dit met doorzettingsvermogen tot stand te brengen.





                                

Rita Van Theemsche

April 2015