Brussels avontuur van ene vrijwillige vrijdagnamiddagchauffeur.
Brussels avontuur van ene vrijwillige vrijdagnamiddagchauffeur.
Met frisse moed en vastberaden doorzettingsvermogen stortte ik mij verleden week voor ene sympathieke Mireille en een niet minder sympathieke Natascha heel naïef in het
"Grote Brusselse Vrijdagnamiddag Verkeersavontuur".
In een gemoedstoestand van argeloze simpelheid, ja, als het ware van achterlijke stumperigheid, aanvaardde ik naïef de mij voorgestelde chauffeursjob.
Dus, efkes naar de ambassade van onze vriend Joseph Kabila Kabange, President en Major-Général van de Demokratische Republiek Kongo.
Daar trekken we numéroke 109 en zien op het nog niet zo lang geleden aangeschafte numérokesscherm (één van de laatste digitale verworvenheden van de Demokratische Republiek) dat ze bezig zijn met numéro 81!
Oei, dat gaat hier nog efkes duren, 't is al 15:05 u en om 16 u sluit de volgende ambassade aan 't andere eind van Brussel waar ik ook moet zijn!
Allee, de Afrikaanse visum-malaikas (=Swahili voor “Engeltje”) zijn vandaag in een goede stemming, ze moeten blijkbaar niet alle vijf minuten naar 't toilet of naar een andere dringende bezigheid zodat de zaken hier avanceren en ik, na een interessant gesprek met een andere wachtende visumchauffeur, rond 15:35 u mijn tien paspoortekes in ontvangst mag nemen; nog eens rap gecheckt of alles OK is, en meer bepaald de voorheen door de ambassade verwisselde meneer-madam-paskes van Natascha.
In een overmoedige bui storten we ons dan in het Brusselse vrijdagnamiddagverkeer: op naar het andere eind van Brussel, naar de ambassade van onze vriend François Bozizé Yangouvonda, Chef de l' État en één van de talloze "Pères de la Nation de la République Centrafricaine" die hem ooit zijn voorafgegaan.
Maar oei, de Brusselse binnenboulevards zitten al vol van de weekendvluchtelingen! Dan maar mijn GPSke het zwijgen opgelegd en zelf een sluipwegske gezocht naar Boulevard Lambermont 416 waar we, volgens de instructies van Mireille, opwachting dienen te maken met ene madame Nana (niet die van Mouskouri) en dit vóór het sluitingsuur van 16:00 u stipt!
Ugh, na een stresserende rit, staan we om 15:50 u voor de deur van Nana. Zijn we wel juist? Want er hangen spinnenkoppen aan het erg verroeste, ogenschijnlijk in lange tijd niet gebruikte traliewerk van de voordeur die zich aan de zijkant bevindt. Nog eens goed gekeken en, ja, hier moet het zijn want één van de 2 beldrukknoppen lijkt me duidelijk stuk te zijn.
De van hun isolatie ontdane elektrische draden hangen bloot en los, klaar om een onverlaat die madame Nana komt storen een flinke elektrocutie te bezorgen. Gelukkig is er nog een tweede bel met een aanduiding "sonner ici".
Zou het geen valstrik zijn? Heel voorzichtig plaats ik mijn rechterwijsvinger op de knop en ... oef, geen elektrische schok! Maar ook nergens een belgeluid te horen! Nog eens en nog eens geprobeerd. Telkens geen reactie, buiten het voorbijrazende verkeer: totale doodse stilte!
Aan de oprit van de ambassade zie ik plots een mevrouw, aan haar kleur en derrière te zien duidelijk afkomstig uit een van de republieken uit zwart Afrika, misschien Madame Nana?
Er ontspint zich vervolgens volgend ernstig gesprek:
- “Bonjour madame, êtes-vous madame Nana?”
- “Non monsieur, j’habite ici à coté”
- “Je comprends, savez-vous peut être si il y a quelqu’un à l’ambassade parce que j’ai un rendez vous avec madame Nana à quatre heures? »
- “Ha, monsieur, vous devez savoir que, si vous faites un rendez-vous avec des Africains à quatre heures, il faut seulement arriver à six heures, parce que il faut vous adapter aux coutumes africaines n’est ce pas?”
Zo dat weten we ook al weer maar intussen steeds geen madame Nana. Nu hangen er, eureka, vermoedelijk als goede dienstverlening, 2 telefoonnummers aan de voordeur. Eerste nummer is, volgens laconieke mededeling na te bellen, niet toegekend. Tweede nummer, meer succes!
Madame Nana aan de lijn! Halleluja. Zij lijkt mij een zeer optimistisch en humoristisch exemplaar van de République Centrafricaine te zijn want ze vertelt me, blijkbaar met enige blijmoedigheid, dat ze zich in een winkelpand van de Porte de Namur bevindt en ze onmiddellijk wil afkomen en of ik dus … een uurke wil wachten !…MAAR DAAR HEB IK GEEN GOESTING VOOR want ik moet, weer aan ’t andere eind van Brussel, nog ergens malariapillen in een brievenbus gaan proppen.
Heel diplomatisch verontschuldig ik mij voor het onvergeeflijke feit dat ik geen 2 uur te laat ben en met veel argumenten bekom ik van madame Nana dat ik de paspoorten en de ingevulde documenten (waarin ik een fout had gemaakt maar gelukkig verbeterd) in de brievenbus mag stoppen en dat ze volgende week, dinsdag, zouden klaar zijn. Hopelijk wordt degene die ze gaat afhalen dan niet geëlektrocuteerd! Het ware misschien verstandig hem of haar te verwittigen van die deurbellen weet je wel.
Voilà, dat is weeral opgelost.
Nu nog naar de Werfstraat, waar dat ook mag wezen, maar dat valt tegen want dat straatje bevindt zich zo eventjes in de buurt van ‘t Klein Kasteeltje, dus … terug heel Brussel door. Zo dacht ik toch, maar onderweg, langs de “Chaussée de Haecht”, vroeg ik me nu af of ik, gezien de late septemberwarmte fata morgana’s kreeg want ik dacht oprecht verzeild te zijn geraakt in Marrakech of Istanboel. Gelukkig op dat moment herkende ik de buurt van den Jardin Botanique en met ware doodsverachting, wrikkend en wringend doorheen het verkeer, bereikte ik de Werfstraat en kon er met wat duwen mijn pillendozen kwijt in een overvolle brievenbus.
Nu nog buiten Brussel geraken, wat op vrijdag in de late namiddag voor niet-Brusselkenners mission impossible is. Sluip, linksaf, sluip, rechtsaf, beetje veel file, voorrang van rechts, rechtdoor, zeker niet langs kleine of grote ringen. Dan naar Mechelen om de paskes goed en wel in bureel Bieke in ’t mandje te gaan leggen en het alarm in te schakelen.
En … oef … om 18:30 u thuis! Eind goed, al goed.






Post new comment